
In Nederland wonen duizenden vrouwen die als kind slachtoffer zijn geworden van vrouwenbesnijdenis, oftewel vrouwelijke genitale verminking (VGV). Vaak dragen zij hier, soms zonder het zelf te benoemen, lichamelijke en psychische gevolgen van. Binti Ali, sleutelpersoon bij FSAN (Federatie van Somalische Associaties Nederland), zet zich in om dit gevoelige onderwerp bespreekbaar te maken, ook in de huisartsenpraktijk.
“Bij vermoeden van VGV kan de huisarts overleggen met de GGD, of Veilig Thuis”
VGV bespreekbaar maken in de spreekkamer
Binti: “Veel vrouwen vinden het moeilijk om zelf het gesprek over vrouwenbesnijdenis te beginnen. Daarom is het belangrijk dat huisartsen alert zijn op signalen en weten hoe zij het onderwerp op een respectvolle manier kunnen aankaarten.”
Binti wijst erop dat bepaalde medische klachten kunnen wijzen op vrouwenbesnijdenis, zeker bij jonge meisjes. “Denk bijvoorbeeld aan herhaaldelijke blaasontstekingen, moeite met plassen, pijn bij het zitten of menstruatieproblemen. Als een meisje vaak terugkomt met dergelijke klachten, is het goed om voorzichtig verder te vragen,” aldus Binti.
Hoe start je het gesprek?
Een gesprek over VGV vraagt om veel sensitiviteit. Binti adviseert huisartsen om op een respectvolle manier vragen te stellen. “Vraag eens aan ouders hoe zij staan tegenover vrouwenbesnijdenis, en geef vervolgens informatie over waarom VGV schadelijk is.” Daarbij benadrukt Binti dat het belangrijk is om niet-veroordelende termen te gebruiken, en om hen bewust te maken van de gezondheidsrisico’s.
Bovendien is (gedeeltelijk) herstel van de verminking vaak mogelijk, de urineweg kan bijvoorbeeld weer vrij gemaakt worden waardoor de klachten afnemen. “Maar, dan moet er dus wel over gesproken kunnen worden.”
Traditie
Binti legt uit dat vrouwenbesnijdenis meestal niet voortkomt uit kwaadwillendheid, maar uit traditie. “In veel gemeenschappen wordt het gezien als iets normaals, iets wat erbij hoort. Het is bovendien een hardnekkig misverstand dat VGV vanuit religie wordt opgelegd. VGV is cultureel bepaald, niet religieus. Het komt vooral voor in landen als Somalië, Egypte, Soedan, Eritrea, Ethiopië en enkele West-Afrikaanse landen,“ vertelt Binti.
Samenwerken met sleutelpersonen
Sleutelpersonen zoals Binti kunnen huisartsen ondersteunen. Zij hebben kennis van de cultuur en van de problematiek, en kunnen een brug slaan tussen patiënten en zorgverleners. Door samenwerking kunnen taboes worden doorbroken en kan passende zorg worden geboden. Huisartsen kunnen hun patiënten bijvoorbeeld doorverwijzen naar Pharos, FSAN of de GGD.
In 2025 zet HZW het thema vrouw & gezondheid centraal. We willen hiermee aandacht vragen voor de unieke fysiologie en geneeskunde van de vrouw in de huisartsenzorg.